Wat Dry needling ?

Dry needling is acupunctuur zonder theoretische metafysische of traditionele kenmerken. 

Dry needling is vertaald droge naald. Het betekend dat technieken worden gebruikt waarbij het prikken met de naald een therapeutisch effect kan geven.

De vraag die het onmiddellijk oproept is of er verschil is met acupunctuur.

Ik stel dat er geen verschil is.  

Wel is er verschil met de Traditionele Chinese Acupunctuur en daarmee met de gehele Traditionele Chinese Geneeskunde (TCM). Acupunctuur komt echter ook voor in de Japan en bijvoorbeeld Korea. Ook hier is de geneeskunde traditioneel. 

De dry needling is een techniek die vooral opgang heeft gemaakt na onderzoek van twee artsen, Simons en Travel (huisarts van president Kennedy en Johnson) na de tweede wereldoorlog. Zij ontdekten dat plaatsen die door acupuncturisten werden aangeprikt specifieke pijnuitstraling hadden. Door deze plaatsen met een verdovend middel in te spuiten verdwenen klachten vaak voorgoed. Het geven van specifieke rekkingen daarna had nog meer effect. Inspuitingen zijn niet altijd zo onschadelijk en ook de holle naalden die om een goede puntwerking te krijgen schuin zijn afgesneden kunnen werken als een mesje en daardoor bloedvaten en zenuwen beschadigen. Een andere beroemde arts Lewit gebruikte injecties en acupunctuurnaalden door elkaar. De arts acupuncturist Gunn gebruikte uitsluitend acupunctuurnaalden en baseerde een groot deel van zijn theorie op segmentale relaties. Hij noemde het “manipuleren” in een spier.

Bij de puntige (conische) naalden van de acupuncturist treed veel minder schade op. Deze naalden worden dan ook bij dry needling gebruikt. Ook de  kennis die de Westerse artsen en fysiotherapeuten zelf hebben wordt gebruikt. Die kennis was vooral op de moderne pijnwetenschap gericht en niet op de gehele geneeskunde zoals traditioneel in China. In China werd overigens ook niet voor alle klachten acupunctuur ingezet. Kruiden, lichaamsoefeningen en tuina (een tussenvorm van massage en manuele therapie) wordt veel gebruikt.

Deze zijn alle erg waardevol, alleen het probleem is de traditie. 

Nu is in China ook veel van de traditie verloren gegaan en veel wat als traditie wordt beschouwd is feitelijk snel in elkaar gezet tijdens de communistische revolutie van Mao.

Bij het bestuderen van de echte Chinese tradities in de geschiedenis zul je schrikken van de geringe kennis van de anatomie en fysiologie die men had en van de ideeën over de goden en de kosmos. Veel van die oude tradities zitten nog steeds in de huidige Traditionele Chinese Geneeskunde.  Dit geldt ook voor andere Traditionele geneeswijzen zoals de van Tibet, India of van Thailand. Tradities moeten niet verloren gaan omdat zijn ons veel kunnen leren over ervaringen van de “ouden”. Deze ouden weten niet veel van moderne inzichten, maar hebben wel inzicht. Dat is inzicht vanuit persoonlijke ervaring. Over de menselijke geest wordt veel geschreven maar het moet vaak ook beleeft worden. Wanneer een patiënt een klacht verteld, dan moet dat ingeleefd worden en vanuit de persoonlijke kennis kan een oplossing worden gevonden. Dit kennisoverdracht duurt jaren en is traditioneel doordat deze van leraar op leerling werd overgebracht. Literatuur zo die al werd gekend was hoogstens een richtlijn voor echte meesters onder elkaar en vaak niet meer dan een historisch overzicht in plaats van vernieuwing. 

Het is onterecht de westerse acupunctuur “medische acupunctuur” te noemen. Dit impliceert dat de arts acupunctuur kan bedrijven omdat naalden “medisch”zijn. Het is echter zo langzamer geaccepteerd dat ook fysiotherapeuten, manueel therapeuten, chiropractoren en osteopaten zich met dry needling bezig houden. De reden is dat zij allen ervaringsdeskundigen kunnen zijn op het gebied van de anatomie en pijnbehandeling. Dit geldt ook voor lichaamsoefeningen (Chi-gong, tai chi, yoga) en tuina 

De Chinese kruidenleer doet het echter niet zo goed bij voedingsdeskundigen, diëtisten of fytotherapeuten. De Indiase ayurveda doet het veel beter. Dit komt omdat de Chinese Tradities voor ons niet altijd acceptabel zijn. Dat geldt met name voor de magie. Ivoor slikken voor potentie verhoging scoort hier niet. Ook is de herkomst van de kruiden niet altijd even duidelijk. 

In de Traditionele Geneeswijzen wordt veel gebruik gemaakt van het begrip energie. Die energie betekent niet meer dan dat er “iets is” dat alleen bij levenden (mensen, dieren en planten) voorkomt en dat moet blijven “stromen”.

Dat “iets” zit in de hele kosmos. Het is de bron van alles en we noemen het chaos, God of het Ene. We merken dit in onze geest. Onze geest is de waarnemer van je humeur, je voeten, je medemens, de aarde en de kosmos. Wij moeten het met die geest doen. Bewustzijn is een stapje hoger dan de geest. Naar deze kennis, naar dit gevoel streven vele religies in Azië. De kracht dit daarvan uitgaat wordt vaak “energie” genoemd. Je kun het voelen, maar niet benoemen.

Energie is wat je waarneemt , maar ook wat je opwekt. Je kunt elektrische stroom opwekken, maar ook woede of voedzaam eten of een “naaldgevoel” bij acupunctuur.

In traditionele geneeswijzen zijn krachten die je waarneemt traditioneel geesten of goddelijke krachten. Zo zit de Traditionele Chinese Geneeskunde nog steeds in elkaar. 

Er is geen precieze definiëring dry needling.

Dit maakt de kwaliteit zwak, maar dit komt net zo vaak voor bij de Traditionele Chinese Geneeskunde. Wat is de opleiding en door wie is die geaccepteerd? In de medische en paramedische beroepen is geregeld dat je alleen mag toepassen wat je beheerst. De therapeut heeft dus een sterke eigen verantwoordelijkheid.

Het wordt de therapeut van de niet medische discipline dus ontraden klachten te behandelen van de interne geneeskunde, gynaecologie, longziekten hartziekten en dergelijke zonder overleg met de artsen.

Het is zeer de vraag of dergelijke vitale functies kunnen worden behandeld met naalden. Waarschijnlijk is er enige vermindering van bijgaande klachten of wordt het zelfherstellend vermogen aangesproken via neurale (zenuw) effecten op de homeostase (lichaamsregulatie).

Verder zijn er bij allerhande klachten “recepten” die als routines kunnen worden gebruikt. Dat heeft voor en nadelen. Voor de wetenschap zou het makkelijk zijn, maar we hebben wel steeds te doen met levende patiënten. Een richtlijn kan, een strak protocol (kookboekgeneeskunde) kan niet. 

Er zijn meerdere grondleggers van de dry needling. Dit zijn o.a. Hong (priktechniek), Yun-tao Ma (sport en revalidatie), Baldry (oppervlakkige technieken), Dommerholt & Fernánes-de las Peňas (evidence based) en Fu (priktechniek). Er zijn meer acupuncturisten die de acupunctuur dichter bij de fysiotherapie en aanverwante vormen van manuele therapie brachten. Dit zijn onder andere Noris, Longbottum en Beach. Er zijn ook technieken zoals de pols-enkeltechniek die uit de traditionele acupunctuur komen. Bij de acupunctuur is men gewend vooral op punten op de meridianen te prikken. De plaatsen waar geprikt wordt bij dry needling komen daar heel dichtbij of zijn zelfs gelijk.

Het nadeel van de precieze ligging van de meridianen is dat er weer een soort kookboekgeneeskunde plaats vindt wat betreft de locatie. Het wordt de diegenen die dry needling toepassen vaak verweten dat zij geen voldoende lange training hebben gehad. Echter het precies aanprikken van de meridiaanpunten is van geen belang. Het gaat erom dat je voelt waar je met de naald moet zijn. Wanneer je dagelijks met de anatomie van het lichaam omgaat, dan is dat geen probleem en kan de therapeut zich prima afstemmen op de individuele variaties van de patiënt.

In Japan waren het bijvoorbeeld vaak juist de blinden die de acupunctuur toepasten.

Verder zijn meridianen samengestelde lijnen die voor het gemak tussen duidelijk herkenbare plaatsen zijn gelegen. Het is een soort aardrijkskunde voor de “verdwaalden”.

Meridianen zijn ook de verbindingspunten van mechanische krachten en de punten zijn vaak triggerpoints van spieren of zenuwen. Zo zijn er ook speciale oefeningen om meridianen te rekken (Masunaga).

We kennen die lijnen uit de “anatomy train” van Myers, de “proprioceptive neuromuscular facilitation” van Kabat,  de “spierkettingen” van Struff-Denys, de “spierkettingen” van Busquet, de biomechanische links van Chauffour, het “onder – en bovenkruis” van Janda, het “cranio-sacrale” model van Sutherland, de “mechanica van de wervelkolom” van Littlejohn en de “bewegingspatronen” van Zink.

 Plaatsen waar zenuwen en bloedvaten erg oppervlakkig liggen zijn vaak tender points. (het is overigens niet de bedoeling om in bloedvaten of in zenuwen te prikken, dus voorzichtigheid is hier extra geboden.)

De meridianen zijn ook deels denkbeeldig. Het is een manier om je te concentreren op lichaamslocaties en de aandacht is dan gewenst. Dit soort plaatsen (marma`s) zijn ook in de Indiase ayurveda van belang voor massage, warmte en wat al niet meer. Dit geldt ook voor acupunctuurpunten. Sommige lenen zich namelijk uitstekend voor moxa (het lokaal toebrengen van smeulende kruiden of andere warmtebronnen).

Aandacht hoeft niet actief (cognitief) te zijn. Zo kan de therapeut prima laten oefenen met de naalden nog op “lokatie”.(wanneer er tenminste geen krachten op de naald komen).

In de acupunctuuropleiding worden ook vormen van elektro-acupunctuur geleerd. Alsof de meridianen voor een stroomvoorziening zijn! Meten is weten, maar dan moet je wel weten wat je meet. De huidweerstand is namelijk iets wat fluctueert met de doorbloeding en transpiratie. Dat zijn dus fysiologische reacties en dat is geen “energie”.

Ook meridianen als “patronen” er zijn dus zeker niet alleen voor acupuncturisten! 

Meridianen hebben ook namen niet kloppen met hun effecten. Ze worden vaak naar een orgaan genoemd, maar hebben er toch niets mee van doen, stomweg omdat de Chinezen niet goed wisten wat de organen deden. Acupunctuurplaatsen op de meridianen hebben ook vaak namen die recht uit de mythologie stammen.

Andere priklocaties komen in de acupunctuur ook voor: de lokale locaties voor algemene effecten. Zo kennen we de schedelacupunctuur, de aangezichtsacupunctuur, de ooracupunctuur, de handacupunctuur , de voetacupunctuur , de navelacupunctuur en de moderne segmentale acupunctuur. Allemaal claimen ze de totale mens te behandelen.

Bij de voeten zijn we “gewend” aan reflextherapie omdat dit erg populair is. Er lopen echter geen helemaal reflexen als zodanig. Wanneer regio`s apart invloed hebben op de gehele mens, moet je gaan afvragen of het zin heeft om bij holistische behandelingen een specifieke behandeling te geven. Bij sommige klachten maakt het blijkbaar niet uit waar je prikt. Dit zijn niet alleen mijn eigen woorden, maar ook van verschillende befaamde acupuncturisten! Hierdoor is het prikken nog geen onzin; de menselijke geest is de prikkeling gewaar. Aandacht op zijn of haar klachten, zelfs als deze op een andere locaties wordt behandeld representeert in het brein de klachten en het brein zorgt vervolgens voor een juiste reactie om de homeostase te corrigeren. 

Tot slot de diagnostiek. Deze is bij dry needling specifiek op palpatie (voelen) gericht (na algemeen onderzoek en onderzoek van de houding). Dit gaat dan over lokale pijn, uitstraling, spier- of andere weefselreacties. Hier stopt mijn diagnostiek.

Bij de acupunctuur kennen we ook de polsdiagnose en de tongdiagnose. Die kennen we trouwens ook in de Indiase ayurveda al zijn de interpretaties iets anders.

De pols (hartslag)  is de levenskracht bij uitstek. Traditioneel wordt er met drie vingers gevoeld. Elke vinger is een polsapart. Met die vingers kun je wat harder duwen en dan krijgt elke vinger weer een nieuwe andere pols. Dat zijn dus 6 polsen en met de andere zijde erbij is dat dan 12.  Elk van deze 12 polsen vertegenwoordigt de “energie” in de meridianen en elke pols heeft vele, vele verschillende kwaliteiten. In de ayurveda werd nog gekeken naar de urine en de ontlasting. In de Traditionele Chinese Geneeskunde gebeurde dat niet. Deze wonderdiagnostiek werd in feite nog bemoeilijkt doordat er allerlei aandoeningen speelden, van schizofrenie tot gele koorts of andere ellende. Het is duidelijk dat de polsdiagnose zoals in China gebruikt een metafysisch chaotisch werktuig is.

De tongdiagnose is indicatief voor kleur, vochtigheid, reuk en beweeglijkheid en is het begin van de toegang naar de darm en de longen. Het beslag is daarom mogelijk afwijkend. De Chinezen dezen de tong weer op in stukken die een relatie hebben met de meridianen zoals vroeger de tong werd ingedeeld naar smaken (het idee van smaken op bepaalde delen van de tong  is trouwens ook onjuist gebleken). 

Er kan éénmaal worden geprikt of enige keren achter elkaar een ruimer gebied proberen te raken. Natuurlijk kunnen er meerdere naalden op verschillende locaties worden gebruikt. De naald kan langer blijven zitten, je kunt hem regelmatig even bewegen (draaien) en of de patiënt er zich erop laten concentreren. Dat concentreren op de naald(-en) blijkt ook prima bij oppervlakkige technieken. De therapeut kan verder afgelegen locaties gebruiken om de perceptie (betekenis) van de prikkels te veranderen. Het is belangrijk dat de prikkeling van de naald de “klacht” raakt. Het is vergelijkbaar met de energie (“chi”) van de Traditionele Chinese Acupunctuur. De behandeling bij dry neelding kan soms wel wat gevoelig zijn. Dat is bij Chinese Acupunctuur vaak niet het geval, tenzij er geprikt wordt in een “ah shi” punt. Ik verwacht dan ook dat het belangrijkste effect in de Traditionele Chinese Geneeskunde is dat er onbewust op het gevoel van de naald wordt gemediteerd. Dat verklaart mogelijk veel van de positief gevonden reacties. 

De Thaise Traditionele Geneeskunde waarvan ik de nuad phaen boran toepas, kent ook veel metafysische verklaringen. Zij is echter gebaseerd op meer de Boeddhistische aanpassingen van de Indiase ayurveda. Meditatieve effecten zijn bij de nuad phaen boran veel sterker dan bij de Traditionele Chinese Geneeskunde. Kennis en toepassing van deze technieken of zij nu Chinees, Japans, Tibetaans of Thai zijn geeft ongetwijfeld meer resultaat voor de therapie van dry needling.